Alfabeter Schrijven

Alfabeter Schrijven is een interactief adventure-achtig programma voor Nederlandstalige en anderstalige volwassen functioneel analfabeten.

In Alfabeter Lezen werd in grote lijnen de modulaire leerlijn volgens de KSE gevolgd; dat kon ook bij zo’n receptieve vaardigheid als lezen. Bij Alfabeter Schrijven gaat het om een productieve vaardigheid en ligt het veel meer voor de hand om vanuit dagelijkse, realistische schrijfsituaties te werken. In Alfabeter Schrijven is daarom de module-indeling van de Modulaire Leerlijn Nederlands voor Schrijven op niveau 1 en 2 losgelaten en heeft het programma een adventure-achtig karakter gekregen.

In het programma staan het wonen en leven in de wijk met alle veel voorkomende schrijfsituaties centraal. Het programma bestaat uit een aantal adventures waarin steeds een bepaald probleem uit de wijk het uitgangspunt is. Om het probleem op te lossen, moeten er verschillende schrijfopdrachten worden uitgevoerd. De taalkennis en –vaardigheden die cursisten nodig hebben om de opdrachten te kunnen uitvoeren, worden tussendoor uitgelegd en door middel van denk-en-formuleeroefeningen en taalspelletjes geoefend. Alle oefeningen, taalspelletjes en schrijfopdrachten leveren punten op, die door het programma worden bijgehouden en de cursist al dan niet door laten gaan naar het volgende adventure.
Om praktische redenen is elk adventure ingedeeld in afgeronde eenheden, zodat de cursist in één sessie altijd een onderdeel helemaal kan afmaken en de volgende keer met het volgende onderdeel kan beginnen.
Gedurende het programma gaat het niveau omhoog, van begin niveau 1 tot eind niveau 2. De cursist kan instappen op niveau 1 of 2. Deze niveaus komen in grote lijnen overeen met de eindtermen NT1 volgens de Kwalificatiestructuur Nederlands. De docent bepaalt het startniveau op basis van een intakegesprek of toets.

Voor Nederlandstaligen én anderstaligen
Net als Alfabeter Lezen is Alfabeter Schrijven een interactief programma voor volwassen functioneel analfabeten. Alleen is nu het programma ook meteen geschikt gemaakt voor anderstaligen, de zogenaamde oudkomers (NT1½) en nieuwkomers (NT2).
Want behalve grote verschillen zijn er gelukkig vooral ook veel overeenkomsten in het leren schrijven door Nederlandstalige en anderstalige cursisten. Over het algemeen wordt gezegd dat de eerste groep vooral ‘taal leert‘ en de tweede vooral ‘taal verwerft’. Dat geldt echter met name bij hoger opgeleiden; op alfabetiseringsniveau zijn ook Nederlandstalige cursisten taalverwervers.

Alfabeter Schrijven is ontwikkeld vanuit de overeenkomsten, waarbij overal waar nodig extra aandacht wordt geschonken aan de specifieke invalshoeken voor anderstaligen. Anderstaligen hebben bijvoorbeeld niet dezelfde intuïtie op het gebied van taal, dat wil zeggen niet hetzelfde taalgevoel als moedertaalsprekers. Zij voelen minder goed aan wat de invloed is van woorden als ‘even’ of ‘straks’ in een zin. Ze hebben te maken met grammaticaregels die in hun eigen taal anders zijn (gebruik van voorzetsels, vervoegingen en persoonlijke voornaamwoorden, het woordje ‘er’, voegwoorden, verbindingswoorden, de volgorde van hoofd- en bijzinnen, spelling). En ze hebben meer behoefte aan uitbreiding van hun woordenschat. Stuk voor stuk taalelementen die ook voor Nederlandstalige cursisten aan de orde komen, maar die voor anderstaligen net even een andere insteek, extra uitleg of aangepaste oefenstof vragen.

Het gaat tenslotte bij beide doelgroepen om communicatief taalonderwijs, om het doen, om het toepassen van taalvaardigheden. En bij beide doelgroepen wordt het ‘doen’ wel degelijk ondersteund als daarbij ook het systeem van de Nederlandse taal wordt uitgelegd. Op een functionele manier uiteraard: hoe bouw je een zin, hoe vorm je woorden, wat hoor je en wat schrijf je? Bij het toepassen komen vanzelf de uitzonderingen aan de orde.


Leren schrijven
Schrijven is essentieel anders dan lezen. Ook leren schrijven. Wat betekent niet kunnen schrijven? Wat is de invloed van angst en onzekerheid op het schrijfproces en hoe overwin je die emotionele belemmeringen? In het programma zal daarom veel geoefend worden in het zich durven uiten, het zich leren uiten, het doorbreken van vaste denkrelaties, het blikveld verruimen. Pas als dat allemaal wat gemakkelijker wordt, is er misschien nog een beetje ruimte voor het bedenken en formuleren van zinnen, en het controleren en corrigeren van de geproduceerde tekst.
Om greep te krijgen op het schrijfproces wordt in het programma, net als bij Lezen, weer geoefend op basis van de vier taalcomponenten: op context-, zins-, woord- en letterniveau, nu bekeken vanuit het productieve schrijfproces. Met voor de cursist zinvolle en uitdagende oefeningen wordt gewerkt aan die vier componenten. De niet te voorkomen saaie oefeningen om vaardigheden in te slijpen, worden in de vorm van taalspelletjes aangeboden. Het programma houdt de resultaten per taalcomponent bij en biedt waar nodig de cursist extra oefeningen aan.

Taaltechnische hulpmiddelen
Gelukkig zijn er de laatste jaren aardig wat technische hulpmiddelen ontwikkeld, zoals spelling- en grammatica-checkers. Maar ook allerlei hulpmiddelen op het terrein van de spraaktechnologie, die veel zwakke schrijvers wellicht kunnen helpen hun communicatieangst te overwinnen.
In Alfabeter Schrijven wordt gebruik gemaakt van spraaksynthese en predictie. Met spraaksynthese kan de cursist elke tekst op het scherm en elke tekst die hij zelf typt, laten uitspreken door een redelijk natuurgetrouwe computerstem.
Met behulp van predictie kan de cursist bij het typen van een woord of zin gebruik maken van frequentielijsten die na enkele tekens een aantal mogelijke woorden of zinnen geeft. De cursist kan het juiste woord kiezen en hoeft dat dus niet meer zelf te typen.
Bij de oefeningen waar dat zinvol is, krijgt de cursist de mogelijkheid om gebruik maken van spraaksynthese en predictie. Wellicht zullen deze hulpmiddelen ook los van het programma bruikbaar zijn en zo de drempel naar toekomstige schrijftaken helpen overwinnen.


Nieuwe media
Schrijven is (meestal) communiceren met een lezer: hoe concreter, hoe beter. Hier liggen natuurlijk prachtige mogelijkheden voor het gebruik van communicatie via intra- en internet. Cursisten kunnen voorzichtig kennismaken met Internet, met de mogelijkheden om met elkaar of met cursisten van andere ROC’s te e-mailen of te chatten.
Zo kunnen ze in een veilige omgeving oefenen met moderne technieken die de drempel om te schrijven kunnen verlagen. Want naast het feit dat er in de huidige maatschappij meer en meer vanuit wordt gegaan dat iedereen de nieuwe media hanteert, worden juist in die media minder eisen gesteld aan foutloos schriftelijk taalgebruik. Met e-mailberichten als kladje of memo, kan het schrijfproces een stuk toegankelijker worden.


Tekst: Stichting Alfabeter
www.alfabeter.nl

 

 

Terug naar Leermiddelen